De opbouw van de Piano.
terug naar start

De Piano is opgebouwd verschillende onderdelen.
Om meer te weten te komen over een individueel onderdeel klik je op de betreffende naam op de foto.

De constructie van een piano en vleugel vraagt om een solide stevigheid vanwege de enorme trekkracht van de besnaring (ongeveer 18.000 kg) en het hoge gewicht van het pantserraam en stemblok. Aan de andere kant vereist de zangbodem dat de constructie de energie van de zangbodem optimaal reflecteert, en dus de trillingen zo goed mogelijk doorgeeft. Deze tegenstelling maakt het construeren van een piano of vleugel tot een ingewikkelde taak.

Piano’s zijn er in verschillende hoogten en vleugels in verschillende lengten. Deze afmetingen vertellen iets over het oppervlakte (grote) van de zangbodem en de besnaring, maar ook over het mechaniek. Hoe groter het instrument hoe optimaler de verhoudingen worden, maar dit is nog geen kwaliteitsoordeel. Ook hier is een goede balans tussen materiaalgebruik en vakmanschap noodzakelijk.

Mensuur.
De mensuur van een instrument zijn de berekeningen van de besnaring zoals; aantal, dikte, lengte en omwindingen van de snaren, maar ook o.a. de plaats van de aanhangstiften, stempennen en agraffen. Hoe preciezer de mensuur van een instrument is, hoe zuiverder de toon kan klinken en hoe zuiverder deze gestemd kan worden. Het uiteindelijke resultaat is niet alleen een kwestie van berekeningen, maar ook materiaalgebruik en vakmanschap zijn essentieel voor het eindresultaat.

Materialen.
Een Piano is hoofdzakelijk opgebouwd uit: hout metaal en vilt.
Elk materiaalsoort heeft zo zijn eigen functie. Het vilt zorgt voor de stilte. Dat wil zeggen het minimaliseert ongewenste geluiden van alle bewegende delen in de piano. Het metaal zorgt voor de versteviging van het pantser en de stem pennen en snaren.
Het hout zorgt voor de Klankkleur en deels voor de constructie.
Net als bij alle andere producten zijn er vele kwaliteiten in materialen. Massief hout geeft de beste natuurlijke resonantie, maar het gebruiken van enkel massief hout, is alleen nog betaalbaar voor topklasse fabrikanten. Compromissen m.b.t. het materiaalgebruik zijn dus noodzakelijk voor de meeste fabrikanten. De zwart hoogglans laklaag verbergt vaak deze kwaliteiten en veel hangt dus af van de reputatie van een fabrikant.


Droogprocédé.
Hout voor de constructie en met name het zangbodemhout (dit is bij 80% van de piano’s massief sparrenhout) heeft een te hoge vochtigheid om direct verwerkt te kunnen worden. Het hout moet dan ook na het zagen worden gedroogd. Dit drogen kan op twee manieren worden gedaan via:

Natuurlijke weg.
Wanneer het hout via een natuurlijke weg wordt gedroogd wordt het hout in open, overdekte loodsen opgestapeld. Hierbij worden alle planken op latten gelegd zodat de wind vrijspel heeft. De zon mag niet op de planken schijnen, want dan droogt het hout te sterk en gaat het scheuren. Het hout blijft hier 2 tot 5 jaar liggen voordat het verwerkt kan worden, het bevat dan nog ca. 15% vocht. Door dit procédé is het hout in optimale conditie en zal op termijn veel minder werking hebben.

Kunstmatige weg.
De kunstmatige manier van houtdrogen komt voort uit economische factoren. Het hout wordt gedroogd in zgn. droogkamers waarbij het hout aan een stoomproces wordt onderworpen. Na het stomen wordt de verwarmde lucht toegelaten en het hout gelijkmatig gedroogd. Bij goede behandeling is scheurvorming dan te vermijden. Kunstmatig gedroogd hout heeft als nadeel dat het in een omgeving waar verschillen in luchtvochtigheid groter zijn dan 10% een snelle werking van het hout optreed (krimpen en zwellen van het hout). Dit heeft directe invloed op de klank, stemming en levensduur van een instrument.

 

  terug naar boven terug naar start.